Geen mediation, geen toegang tot de rechter?

Sinds juli 2016 ligt er een nieuw wetsvoorstel klaar die mediation in juridische zaken tussen werkgevers en werknemers moet stimuleren, de “Wet bevordering mediation”. Deze wet zal een goede aanvulling zijn op de reeds ingevoerde Wet Werk en Zekerheid (hierna: WWZ), want zoals uit de praktijk is gebleken is de kans dat een rechter instemt met een ontbindingsverzoek sinds de WWZ aanzienlijk verkleind.

Om antwoord te geven op de vraag “geen mediation, geen toegang tot de rechter?”, kan kortweg worden gezegd dat mediation niet verplicht wordt gesteld. Doel van de nieuwe wet is om mediation te stimuleren. In het wetsvoorstel is hiervoor een belangrijke rol voor de rechter weggelegd. De rechter wordt aangespoord om partijen door te verwijzen naar een mediator indien hij denkt dat dit kan bijdragen in de oplossing van het geschil.

Doel van de wet is in ieder geval niet om ervoor te zorgen dat een rechter een ontbindingsverzoek eerder zal toewijzen of dat hij een lagere vergoeding zal toekennen.

Mediation en arbeidsrecht
Minister Van der Steur (ministerie Veiligheid en Justitie – initiatiefnemer wetsvoorstel) is van mening dat nagenoeg alle geschillen tussen werkgever en werknemer, van ontslag tot loongeschillen, zich lenen voor mediation.

Dit kan gevolgen hebben voor de gerechtelijke procedures, waar de rechter partijen derhalve zal doorsturen naar een mediator. Dit kan worden voorkomen door op voorhand al samen een mediationtraject in te gaan, dus alvorens de procedure wordt gestart.

Het wetsvoorstel bevat daarom een soort stappenplan:
1. Partijen moeten bij het starten van een procedure uitdrukkelijk laten weten of zij mediation hebben geprobeerd en zo niet, dan zal de reden hiervan uitdrukkelijk onderbouwd moeten worden.
2. Vervolgens zal de rechter ter zitting beoordelen of partijen alsnog tot mediation zijn aan te sporen. Tevens heeft de rechter de bevoegdheid partijen op te roepen om alleen de mediation te onderzoeken.
3. Indien partijen (alsnog) open staan voor mediation, zal hij ze doorverwijzen naar een mediator. Leidt mediation niet tot een oplossing, dan zal de rechter de zaak alsnog afhandelen.

Gevolgen voor werkgever en werknemer
Doordat de rechter ter zitting partijen zal aansporen tot mediation, krijgen partijen feitelijk een tweede kans. Werkgever en werkgever worden in de gelegenheid gesteld om het conflict dat er speelt te beëindigen en de (arbeids)relatie te herstellen. De rechter kan ook aansturen op exit-mediation, indien er sprake is van een zodanige vertrouwensbreuk tussen werkgever en werknemer die naar de mening van de rechter niet meer te herstellen is.

Tips voor de werkgever
1. Voorkom dubbele kosten (proceskosten én mediationkosten) door op voorhand al mediation te proberen;
2. In geval van een lange opzegtermijn kan het voordeliger zijn om pas tijdens de rechtszaak te worden doorverwezen naar mediation. De proceduretijd mag namelijk worden afgetrokken van de opzegtermijn (zolang één maand resteert). Als derhalve tijdens de procedure mediation wordt ingezet en dit niet tot een oplossing leidt, lijkt de werkgever de duur van het mediationtraject (als onderdeel van de proceduretijd) van de opzegtermijn te mogen aftrekken.

Inwerkingtreding
Minister Van der Steur heeft zijn wetsvoorstel begin juli 2016 ingediend bij de Tweede Kamer. Het is momenteel nog niet bekend wanneer dit wetsvoorstel daadwerkelijk in werking zal treden.

Heeft u een conflict met uw werkgever of werknemer en wilt u ons advies in deze, neem dan vrijblijvend contact op met dhr. mr. Hans van Buren op 073-5470306 of via info@vanburenarbeidsrecht.nl

Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.