Vergoeding wegens onregelmatige opzegging voor werkgever

In geval van een ontslag op staande voet dat – achteraf bezien – onterecht is gegeven, heeft de werknemer recht op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Dit houdt in dat de werkgever de arbeidsovereenkomst vroegtijdig heeft beëindigd zonder dat de juiste opzegtermijn in acht is genomen. De vergoeding is in dat geval gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Maar wist u dat óók de werkgever aanspraak kan maken op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging? Indien de werknemer namelijk door opzet of schuld aan de werkgever een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is hij aan de werkgever een vergoeding verschuldigd indien van deze bevoegdheid gebruik is gemaakt.

Bovenstaande was het geval in de zaak van de kantonrechter Amsterdam op 5 augustus 2016. Een verkoper buitendienst had een reeds geannuleerde afspraak in zijn agenda gemanipuleerd om de indruk te wekken dat hij naar de afspraak was gegaan.

Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van het eerste lid van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Hierbij dienen ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet in ogenschouw te worden genomen.

De kantonrechter oordeelde in casu dat vast staat dat de werknemer de afspraken in zijn agenda heeft gemanipuleerd. Dit is mede gebleken uit de vele inlogmomenten en het feit dat hij nadat hij de afspraak op groen had gezet, hierover is gebeld en de afspraak weer terug op rood heeft gezet. Geconcludeerd kan worden dat de werknemer met deze wijziging in de agenda de bedoeling heeft gehad het te doen voorkomen alsof hij die ochtend een afspraak had in Maastricht. Het feit dat hij door de werkgever op de annulering was gewezen en vervolgens dezelfde ochtend zonder toestemming vrij heeft genomen en zich daarna naar eigen zeggen (de werkgever heeft dit betwist) ook nog eens ziek heeft gemeld, wijzen er ook op dat de werknemer die dag niet van plan was te werken voor de werkgever.
Bovendien zijn de werknemer bij het ontslag op staande voet ook andere verwijten gemaakt, althans is verwezen naar eerdere waarschuwingen. Deze verwijten zijn door de werknemer onvoldoende weersproken en kunnen derhalve in samenhang met het vorenstaande als grond dienen voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

De kantonrechter oordeelde voorts dat de werknemer opzettelijk, thans door zijn schuld de werkgever een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft aangereikt, hij ingevolge artikel 7:677 BW verplicht is een vergoeding te betalen, gelijk aan het loon over de opzegtermijn.

Heeft u vragen omtrent de opzegging van de arbeidsovereenkomst en wilt u ons advies in deze, neem dan vrijblijvend contact op met dhr. mr. Hans van Buren op 073-5470306 of via info@vanburenarbeidsrecht.nl