Klap op de schouder

Enige tijd geleden schreef ik een artikel over aansprakelijkheid van de werkgever voor schade die werd veroorzaakt door een balorige werknemer, die er tijdens een bedrijfsuitje voor zorgde dat de complete horecagelegenheid waar het gezelschap verbleef, in vlammen opging. Deze keer gaat het over de schade die het gevolg is van een vriendschappelijke schouderduw van collega’s onder elkaar.

Op een zonnige voorjaarsdag besloot een aantal collega’s die werkzaam waren in de renovatie van een boerderij om de lunch buiten in de tuin te nuttigen. Er werden verschillende tuinstoelen uitgeklapt op een schuin aflopende ondergrond met nogal gladde “kinderkopjes”, waarin de heren vervolgens plaatsnamen. Het weekend stond voor de deur en er heerste een jolige stemming onder elkaar. Op enig moment gaf één van de medewerkers, een elektricien in dienst van een onderaannemer, een speelse schouderduw aan één van de metselaars, die in dienst was van de hoofdaannemer. Omdat niet alleen sprake was van een schuin aflopend wegdek, maar ook de tuinstoeltjes niet al te stevig waren, was het kantelpunt na de schouderduw sneller bereikt dan normaliter verwacht kon worden. De metselaar viel om en omdat zijn beide handen gevuld waren met brood en melk zag hij geen kans om zijn val te breken. Hij kwam ongelukkig terecht en brak daarbij zijn sleutelbeen. En erger nog, als gevolg van een slecht herstel is de metselaar daarna blijvend arbeidsongeschikt geraakt. Twee jaar later, nadat de periode van het opzegverbod tijdens ziekte was verstreken, heeft de werkgever van de metselaar zijn dienstverband met toestemming van het UWV opgezegd.

De metselaar besloot om het er niet bij te laten zitten en wendde zich tot de rechtbank met het verzoek om 1. zijn werkgever, 2. de onderaannemer, zijnde werkgever van de elektricien die de duw gegeven had en 3. diens aansprakelijkheidsverzekeraar hoofdelijk te veroordelen tot de betaling van zijn geleden en nog te lijden (inkomens)schade.

De rechtbank kwam tot het oordeel dat alle gedaagde partijen hoofdelijk aansprakelijk waren voor de schade die de metselaar als gevolg van zijn val van de stoel geleden had en naar verwachting nog zou lijden. De hoogte van de schade diende nog nader te worden vastgesteld in een aparte procedure. Bovendien lag het voor de hand dat partijen na ontvangst van de beslissing van de rechtbank in eerste instantie een poging zouden wagen om het zonder rechterlijke tussenkomst eens te worden over een toe te kennen schadebedrag.

Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de onderaannemer en diens verzekeraar overwoog de rechtbank dat deze slechts aansprakelijk konden zijn in het geval de schade was veroorzaakt door een toerekenbare (onrechtmatige) tekortkoming van de elektricien, waarbij bovendien sprake moest zijn van voorzienbaarheid van de mogelijke gevolgen. De rechtbank oordeelde vervolgens dat voorzienbaar was dat de metselaar van de plotselinge duw zou schrikken en daardoor ten val zou kunnen komen. De ernstige gevolgen die in dit geval daarvan het gevolg waren, lagen in de risicosfeer van de onderaannemer en diens verzekeraar. Ze werden beiden hoofdelijk aansprakelijk gehouden.

Met betrekking tot de aansprakelijkheid van de werkgever van de metselaar kwam de rechtbank tot de conclusie dat deze kon worden gebaseerd op het algemene aansprakelijkheidsartikel in het BW dat de werkgever verplicht om zijn werknemers te beschermen tegen mogelijke schade in de uitoefening van hun werkzaamheden. Die aansprakelijkheid is er niet alleen voor de eigen werknemers maar ook voor aanwezige werknemers van een onderaannemer.

Van “uitoefening van werkzaamheden” is in dit verband tevens sprake indien de schade is opgelopen tijdens lunchtijd, waarbij gebruik werd gemaakt van in de tuin, nabij de werkplek aanwezige tuinstoelen. Er is immers nog steeds sprake van zeggenschap van de werkgever en diens leidinggevenden, die bijvoorbeeld de instructie had(den) kunnen geven om, mede gelet op de jolige sfeer tijdens de lunch, de tuinstoelen niet op de schuine ondergrond te plaatsen. Of de instructie om zich te onthouden van fysiek contact om ongevallen als hier heeft plaatsgevonden, te voorkomen.