Liefdesrelatie op het werk

Het komt geregeld voor dat collega’s op de werkvloer meer voor elkaar gaan voelen dan uitsluitend zakelijke collegialiteit. Zo ook in een bedrijf uit onze regio. Een man en een vrouw, beiden werkzaam in hetzelfde bedrijf en ook beiden gehuwd (met een ander), hielden er een liefdesrelatie op na die na anderhalf jaar openbaar werd. Beide betrokkenen hebben toen de werkgever ingelicht. Tegelijkertijd echter gaf de vrouw haar minnaar te kennen dat zij hun relatie wenste te beëindigen. De man was hierover zeer teleurgesteld. Zijn teleurstelling sloeg echter vrij snel om in boosheid en hij vertelde zijn werkgever dat hij niet langer naar behoren zou kunnen presteren, zo lang de vrouw nog in het bedrijf aanwezig zou zijn.

De werkgever wilde de man niet graag kwijt. Deze was, gelet op het niveau van functie, van grotere economische waarde voor de onderneming dan de vrouw. Door de snel oplopende spanningen zag de werkgever geen andere keus dan de kantonrechter te vragen om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de vrouw.

De kantonrechter toonde begrip voor het feit dat de werkgever zijn economische belang doorslaggevend achtte. Bovendien was het bedrijf dermate gering van omvang (13 medewerkers) dat de opgelopen spanningen een verlammende werking hadden op de gehele onderneming. De kantonrechter ging over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en kende aan de vrouw een schadeloosstelling toe die de helft bedroeg van de neutrale kantonrechtersformule. Dat wil zeggen dat de werkgever haar voor ieder dienstjaar een half bruto maandsalaris, inclusief 8% vakantietoeslag diende te betalen. De kantonrechter motiveerde zijn beslissing om deze vergoeding toe te kennen met de stelling dat het de werkgever te verwijten viel dat hij geen enkele moeite had gedaan om een oplossing te vinden waarbij het dienstverband van beide betrokkenen zou kunnen worden gehandhaafd.