Ontslag op staande voet wegens verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte vernietigd

Recentelijk heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland een ontslag op staande voet wegens het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte vernietigd.

Werkneemster was sinds 20 oktober 2014 voor bepaalde tijd in dienst bij werkgever. Sinds 31 augustus 2015 is zij gedeeltelijk arbeidsongeschikt en per 28 september 2015 is zij volledig uitgevallen. De werkgever had twijfels bij de arbeidsongeschiktheid, waarop hij een ‘recherchebureau’ had ingeschakeld. Via het recherchebureau kwam werkgever erachter dat de werkneemster nevenwerkzaamheden had verricht tijdens ziekte, waarop ontslag op staande voet volgde.

De kantonrechter was het met werkneemster eens dat het enkele feit dat er nevenwerkzaamheden waren verricht tijdens ziekte, geen ‘dringende reden’ voor ontslag vormde. Volgens de bedrijfsarts beschikte werkneemsters over restcapaciteit, die het mogelijk maakte om nevenwerkzaamheden te verrichten (vanuit huis, werkneemster was beperkt in het naar kantoor komen). Bovendien heeft de werkgever onvoldoende bewijs overlegd waaruit zou blijken dat de vermeende werkzaamheden niet door de vriend van werkneemster waren verricht. Maar belangrijker nog: in de arbeidsovereenkomst tussen partijen was geen verbod op nevenwerkzaamheden opgenomen.

Echter, uiteindelijk ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond).

Voor de volledige uitspraak kijk op: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2016:1381

Bron: Ktr. Rb. Midden-Nederland 08-02-2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:1381