Ontslag vóór aanvang van de proeftijd

Heeft ontslagname door de werknemer nog voordat de proeftijd (en dus de arbeidsovereenkomst) is aangevangen tot gevolg dat de werknemer schadeplichtig wordt ten opzichte van de werkgever?

Het komt nogal eens voor dat een toekomstige werknemer zijn aanstaande werkgever kort vóór aanvang van de arbeidsovereenkomst laat weten dat hij van indiensttreding afziet. Zo ook in het hier te bespreken geval. Het betrof een facilitair manager die voor 36 uur per week in dienst zou treden van een verzorgingstehuis. In de arbeidsovereenkomst was, zoals gezegd, een proeftijdbeding opgenomen. Circa één week voor de daadwerkelijke aanvang van zijn werkzaamheden werd de manager benaderd door een ander verzorgingstehuis. Het ging om eenzelfde soort functie op basis van 40 uur per week en tegen betere arbeidsvoorwaarden. De manager besloot om dit aanbod te accepteren en meldde zich alsnog af bij het eerste verzorgingstehuis door te anticiperen op de overeengekomen proeftijd.

Het verzorgingstehuis weigerde om de handelwijze van de manager zonder slag of stoot te accepteren en vorderde bij de kantonrechter een schadevergoeding van de manager, bestaande uit de gemaakte kosten voor de personeelsadvertentie. De kantonrechter stelde voor de goede orde allereerst vast dat algemeen wordt aanvaard dat het is toegestaan om een beroep te doen op het proeftijdbeding ‘vóór de feitelijke aanvang van de werkzaamheden. Wel kunnen zich omstandigheden voordoen die tot gevolg hebben dat de handelwijze van de werknemer in zo’n geval als onrechtmatig kan worden bestempeld. Er moet dan sprake zijn van een flagrant misbruik van het proeftijdbeding. Bijvoorbeeld wanneer de werknemer gelijktijdig twee arbeidsovereenkomsten is aangegaan en pas op het laatste moment een keuze maakt voor één van de twee nieuwe werkgevers. Of de werknemer ziet er op het laatste moment vanaf omdat zijn vorige werkgever hem een hoger loon biedt, waarbij duidelijk wordt dat de werknemer de nieuwe werkgever heeft gebruikt om zijn positie bij zijn vorige werkgever te verbeteren. Van een dergelijk misbruik was naar de mening van de kantonrechter in het onderhavige geval geen sprake. Het stond de manager vrij om in te gaan op het betere aanbod. Bovendien was de advertentie door de werkgever geplaatst om contact te krijgen met potentiële kandidaten voor de vacante functie. Dat wilde nog niet zeggen dat voor de kandidaten die reageerden op de advertentie een verplichting ontstond om met de werkgever een arbeidsovereenkomst aan te gaan. De kantonrechter wees de vordering van het verzorgingstehuis daarom af.

Het komt ook regelmatig voor dat de werkgever anticipeert op een overeengekomen proeftijdbeding en de werknemer nog vóór zijn indiensttreding laat weten dat hij alsnog heeft besloten om van de voorgenomen arbeidsovereenkomst af te zien. Per geval zal moeten worden beoordeeld of sprake is van onrechtmatig handelen.