Uitgelicht: is er sprake van opzegging als op de salarisstrook een einddatum van de dienstbetrekking staat vermeld?

Op 8 juni 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden antwoord gegeven op deze vraag. In deze zaak was de werknemer al sinds 1999 in dienst bij de werkgever en had hij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd  Per 10 augustus 2015 is hem na twee jaar ziekte een IVA-uitkering toegekend. Op de salarisstrook van augustus 2015 stond 9 augustus 2015 derhalve als einddatum van de dienstbetrekking vermeld. Mag de werknemer hieruit afleiden dat de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd?

Het antwoord is duidelijk: nee.

Vordering werknemer
Werknemer heeft in eerste aanleg verzocht om betaling van een vergoeding in verband met de onregelmatige opzegging alsmede de transitievergoeding waarop hij recht zou hebben indien er sprake is van opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. Onregelmatige opzegging houdt in dat de werkgever de arbeidsovereenkomst vroegtijdig heeft beëindigd, zonder dat de juiste opzegtermijn in acht is genomen. De werkgever is de werknemer in dat geval een vergoeding verschuldigd. Grondslag van de vordering was de stelling dat de werkgever door een salarisafrekening met daarop de woorden “Datum uit dienst 09-08-2015” aan werknemer te zenden, de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. De kantonrechter heeft de vordering van werknemer afgewezen.

In hoger beroep verzoekt de werknemer primair om betaling van de transitievergoeding en subsidiair om ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een billijke vergoeding.

Oordeel Hof Arnhem-Leeuwarden
De kernvraag in deze zaak was volgens het Hof of de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. “Opzegging is een eenzijdige wilsuiting, gericht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, die de wederpartij moet hebben bereikt.” Het enkel toezenden van een salarisstrook met daarop de vermelding “datum uit dienst” gevolgd door een datum, is niet als een dergelijke wilsuiting te beschouwen, aldus het Hof.

Dat de werkgever niet de intentie had de arbeidsovereenkomst op te zeggen, blijkt tevens uit haar brief van 5 oktober 2015 aan de (toenmalige) gemachtigde van werknemer waarin de werkgever onder meer heeft geschreven: “Zijn dienstverband is nog niet beëindigd zoals u terecht heeft aangegeven.” De werknemer had er derhalve niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat het wel om een opzegging ging.

Het Hof acht het verzoek om ontbinding wel toewijsbaar, nu uit het verzoek van werknemer is gebleken dat hij niet langer bij de werkgever in dienst wilde blijven en de werkgever zich hieraan refereert. In dit geval is naar het oordeel van het Hof sprake van een omstandigheid die van dien aard is dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd dient te eindigen.

Echter, het Hof wijst de ontbinding toe per 1 juli 2016 zónder toekenning van een billijke vergoeding, nu niet is gebleken dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Om deze reden wordt er eveneens geen transitievergoeding toegekend.

Het Hof heeft werknemer tenslotte een termijn gesteld, waarbinnen hij zijn ontbindingsverzoek kan intrekken.

Wilt u weten hoe u rechtsgeldig kunt opzeggen of dat er in uw geval rechtsgeldig is opgezegd, neem dan vrijblijvend contact op met dhr. mr. Hans van Buren op 073-5470306 of via info@vanburenarbeidsrecht.nl