Uitgelicht: woon-werkverkeer of arbeidstijd?

Veel werknemers zitten iedere dag een aantal uren in de auto of bus of trein om op het werk te komen. Maar er is een verschil of met het werk het kantoor waar de werknemer gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht wordt bedoeld, of bijvoorbeeld een opdracht op locatie bij de klant. De vraag die hieronder wordt beantwoord is: “Wanneer wordt de reistijd aangemerkt als arbeidstijd?”

De Arbeidstijdenwet
Uitgangspunt hierin is de Arbeidstijdenwet. Volgens deze wet wordt onder arbeidstijd verstaan “de tijd waarin de werknemer onder gezag van de werkgever arbeid verricht”. Dit houdt in dat de werkgever zeggenschap heeft over de werkzaamheden die de werknemer uitvoert. De vraag is hoe zich dit verhoudt ten opzichte van de reistijd?

De reistijd
Voor wat betreft de reistijd bestaat er in Nederland een onderscheid tussen woon-werkverkeer en werk-werkverkeer.

Werk-werkverkeer
Over werk-werkverkeer bestaat geen discussie. Indien een werknemer tijdens twee afspraken door moet reizen, bestaat er geen twijfel over dat de werknemer op dat moment nog steeds onder het gezag van de werkgever staat. Dus in dit geval is er sprake van arbeidstijd.

Woon-werkverkeer
Bij woon-werkverkeer is dat wat minder duidelijk. Met woon-werkverkeer wordt de reistijd bedoeld van huis naar het werk en terug. Deze tijd komt in beginsel voor eigen rekening van de werknemer. De werknemer kiest er immers zelf voor om ergens te gaan werken en hij accepteert daarmee de tijd die hij kwijt is om op het werk te komen. Er is echter een grijs gebied. Want wat als de werknemer direct vanuit huis naar een klant moet? Vangt de arbeidstijd aan op het moment dat hij thuis in zijn auto stapt of op het moment dat hij bij de klant een voet over de drempel zet zoals hij dat normaal gesproken op zijn eigen werkplek zou doen?

Indien een werknemer rechtstreeks vanuit huis naar een klant moet, wordt dit volgens Rijksoverheid gezien als arbeidstijd. Dit is een gevolg van een baanbrekende uitspraak van het Europees Hof van Justitie.

Uitspraak Europees Hof van Justitie
Eind 2015 heeft het Europees Hof van Justitie zich uitgelaten over de vraag of reistijd gezien moet worden als arbeidstijd. Het Hof heeft als volgt geoordeeld: “De tijd die werknemers zonder vaste of gebruikelijke werkplek dagelijks besteden aan de reis tussen hun woonplaats en de locatie van de door hun werkgever aangeduide eerste of laatste klant is arbeidstijd.” Dat betekent dat de reistijd van de uren op de werkvloer mag worden afgetrokken.

Nu speelde deze zaak zich af in Spanje en had de werkgever het besluit genomen om het werk anders te organiseren waardoor de reistijd ineens voor rekening van werknemer kwam, toch kunnen Nederlandse werkgevers er niet om heen. Alle rechterlijke instanties van alle lidstaten moeten deze uitleg over het begrip “arbeidstijd” overnemen. Zoals Rijksoverheid dus aanduidt, valt de tijd vanuit huis naar en van een klant onder arbeidstijd. Echter, de Europese wetgever laat het aan de lidstaten over om nadere invulling te geven aan de hoogte van de beloning van de reistijd.

Mijns inziens strookt dit niet met de regel dat de reistijd is aan te merken als arbeidstijd. Indien een werkgever de reistijd tegen een lager uurloon vergoedt, zou zich dat niet verenigen met het loon dat tussen partijen is afgesproken als tegenprestatie voor de gewerkte arbeid. Zou de werkgever immers van de 8-urige werkdag 2 uur als reistijd lager mogen verlonen, dan zou het salaris lager uitvallen dan wanneer de werknemer zijn normale 8 uur verloond krijgt.

Cao
Omdat er thans nog veel onduidelijkheid over bestaat, worden er vaak in cao’s of de individuele arbeidsovereenkomst afspraken gemaakt wat moet worden beschouwd als arbeidstijd.

Wilt u weten of wij u in uw geschil kunnen bijstaan of heeft u een andere arbeidsrechtelijke- of sociale zekerheidsvraag, neem dan vrijblijvend contact op met dhr. mr. Hans van Buren op 073-5470306 of via info@vanburenarbeidsrecht.nl