Wijzigingen rondom werk en inkomen per 1 januari 2016

Niet alleen de Wet Werk en Zekerheid brengt veranderingen op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid met zich mee. Per 1 januari jl. hebben zich ook in andere wetten gericht op werk en inkomen wijzigingen voorgedaan. Wij zetten voor u de belangrijkste wijzingen met betrekking tot het arbeidsrecht en het stelsel van sociale zekerheid op een rij.

Transitievergoeding
De maximale hoogte van de transitievergoeding wijzigt van € 75.000,- naar € 76.000,- of maximaal één jaarsalaris indien dit hoger is dan voornoemd bedrag.

Werken op een andere tijd of plaats wordt makkelijker
Vanaf 1 januari 2016 is het mogelijk voor een werknemer om te vragen om een aanpassing van de werkplek (bijv. thuis) of de werktijden. Vanaf heden kan een dergelijk verzoek al na een half jaar gedaan worden. Voorheen was dit 1 jaar. Voorwaarden voor het verzoek om wijziging van de werkplek/arbeidsduur zijn:
• Er moeten minimaal 10 werknemers bij het bedrijf werkzaam zijn;
• De werknemer is minimaal een half jaar in dienst;
• Het verzoek wordt schriftelijk en uiterlijk 2 maanden voor de gewenste ingangsdatum gedaan.
De werkgever mag het verzoek enkel weigeren indien de aanpassing erg moeilijk in het bedrijf is door te voeren. Bovendien dient de werkgever binnen één maand te reageren op het verzoek, anders mag een werknemer gaan werken zoals in het verzoek is gevraagd.

Duidelijke loonstrook
Werkgevers moeten zorgen dat de loonstrookjes begrijpelijk zijn voor het personeel. Ook moeten zij alle bedragen op de loonstrook duidelijk toelichten. De Inspectie SZW kan werkgevers een boete geven indien de loonstrook onvoldoende duidelijk en toegelicht is.

Minimumloon niet meer contant
Per 1 januari 2016 is een werkgever verplicht om het minimumloon te storten op een bankrekening (waarbij de werknemer tevens de werkgever kan machtigen om het volledige loon over te maken op een andere bankrekening, bijvoorbeeld van een schuldhulpverlener). Het loon boven het minimumloon mag wel contant worden betaald.

Recht op WW-uitkering na (tussentijdse) beëindiging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Aan artikel 19 WW wordt een nieuw vierde lid toegevoegd. Het nieuwe vierde lid is voorzien van een uitsluitingsgrond indien een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zonder een tussentijds opzegbeding, met wederzijds goedvinden wordt beëindigd. In dit geval kan het recht op uitkering niet eerder ontstaan dan nadat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn verstreken.

De WW-uitkering
• De duur van het maximale recht op een WW-uitkering wordt verkort van 38 maanden naar 24 maanden in 2019. Het maximale recht op WW wordt gefaseerd gekort met één maand;
• Ook wordt er per 1 januari 2016 minder WW-recht opgebouwd. Waar voorheen 1 maand per gewerkt jaar werd opgebouwd, geldt dat vanaf heden alleen maar voor de eerste 10 gewerkte jaren. De jaren erna bouwen slechts een halve maand WW-recht op. Overigens geldt dit niet voor de reeds opgebouwde rechten van voor 1 januari 2016;
• De wijze waarop het dagloon, en dus de hoogte van de WW, wordt berekend, verandert.
• Tenslotte wijzigt de leeftijd waarbij men wordt vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Waar men voorheen op de eerste werkloosheidsdag 64 jaar of ouder moest zijn, geldt vanaf nu een minimale leeftijd van de AOW-gerechtigde leeftijd min 1 jaar.

AOW:
• De AOW leeftijd verandert per 1 januari 2016 van 65 jaar en 3 maanden naar 65 jaar en 6 maanden. De verhoogde AOW leeftijd kan gevolgen hebben voor uw heffingskortingen, waaronder de ouderenkorting;
• Indien u door de verhoogde AOW-leeftijd tijdelijk onvoldoende inkomen heeft, kunt u een overbruggingsuitkering krijgen. De regeling geldt tevens voor mensen die tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2013 een bepaalde arbeidsongeschiktheids- of pensioenuitkering hebben gehad;
• De periode waarin een AOW-er zijn loon bij ziekte doorbetaald krijgt indien hij werkt na de AOW is verkort van 2 jaar naar 13 weken;
• Bovendien verandert de ketenbepaling voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor AOW-gerechtigden. Vanaf 1 januari 2016 heeft een AOW-gerechtigde recht op maximaal 6 tijdelijke arbeidsovereenkomsten in maximaal 4 jaar (in plaats van 3 tijdelijke contracten over een periode van 2 jaar). Hierbij dient te worden opgemerkt dat alleen de tijdelijke arbeidsovereenkomsten aangegaan nadat de AOW-leeftijd is bereikt, meetellen voor de duur van de keten. De tussenperiode mag net als bij een normale werknemer maximaal 6 maanden bedragen.

Wijziging uitkeringen
De Participatiewet (voorheen Wet werk en bijstand), IAOW, IOAZ, AOW, Anw, Wajong, WW, WIA, WAO, ZW en Toeslagenwet zijn per 1 januari 2016 aangepast. De uitkeringen gaan iets omhoog.

Taaleis in de bijstand
Indien u vanaf 1 januari 2016 een bijstandsuitkering aanvraagt, dient u de Nederlandse taal voldoende te beheersen. Had u voor 1 januari 2016 al recht op bijstand? Dan geldt deze verplichting voor u vanaf 1 juli 2016.

Nabestaanden-uitkering Anw aangepast
Indien u een Anw-uitkering ontvangt en er andere mensen van 21 jaar of ouder bij u in huis wonen, dan wordt er verwacht dat zij delen in de kosten van het huishouden. Dit heeft tot gevolg dat het bedrag van de uitkering verandert. Voorgaande geldt indien het kinderen van 21 jaar of ouder betreft die een opleiding of studie volgen.

Dit waren slechts enkele wijzigingen per 1 januari 2016. Heeft u vragen rondom voornoemde wijzigingen of heeft u een andere arbeidsrechtelijke- of sociale zekerheidsvraag, neem dan vrijblijvend contact op met dhr. mr. Hans van Buren op 073-5470306 of via info@vanburenarbeidsrecht.nl

Klik hier voor een PDF-versie van het artikel